Uitspraak
200502322/1, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 9 november 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 6, vierde lid, van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer. De last hield in dat binnen vier weken een akoestisch rapport moest worden overgelegd, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 5.000,00 zou worden verbeurd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 februari 2005 ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit op 1 februari 2006. Vervolgens nam verweerder op 21 februari 2006 een nieuw besluit op bezwaar, waartegen appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit en het besluit van 9 november 2004 onduidelijk waren over de reikwijdte van het akoestisch rapport, met name of dit ook geluidbelasting op nabijgelegen panden en de in artikel 6, vijfde lid, bedoelde voorzieningen moest omvatten. Dit leidde tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werden het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel.