ECLI:NL:RVS:2006:AY9866
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R. van der Spoel
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning woonboerderij wegens onjuiste motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde op 14 september 2004 een bouwvergunning voor een woonboerderij op een perceel in Boxtel. Het bezwaar van appellant tegen deze weigering werd op 15 februari 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch bevestigde deze beslissing op 9 november 2005. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bestemmingsplan "Buitengebied 1994" beperkingen stelt aan het aantal agrarische bedrijfswoningen op het perceel. Het college had de weigering uitsluitend gebaseerd op het feit dat volgens het bestemmingsplan al een bedrijfswoning aanwezig zou zijn, waardoor de bouw van een tweede woning niet was toegestaan. Echter, de eerder verleende vergunning uit 1981 betrof een bedrijfswoning die nooit is gerealiseerd, waardoor deze niet als bestaande woning kon worden meegeteld.
De Raad van State oordeelde dat de motivering van het college onjuist was en dat de weigering van de bouwvergunning niet op deze grond kon worden gehandhaafd. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd, en het college moet opnieuw beslissen.