ECLI:NL:RVS:2006:AY9868
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.P.F. Boermans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruiksbeperking bijgebouw op Schiermonnikoog
Het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog legde appellant een last onder dwangsom op om het bijgebouw op zijn perceel uitsluitend te gebruiken voor huishoudelijk gebruik, berging of hobbyruimte. Dit naar aanleiding van het constateren van permanente bewoning door de dochter van appellant, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Kom Schiermonnikoog 1979".
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en stelde beroep in bij de rechtbank Leeuwarden, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van het bijgebouw voor permanente bewoning niet verenigbaar is met de planvoorschriften die het gebruik beperken tot bergingen, hobbyruimten en garages.
De Raad van State verwierp het betoog van appellant dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege de woonproblematiek van zijn dochter en het ontbreken van financieel voordeel of klachten. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat het bijgebouw op de peildatum nog niet voor bewoning werd gebruikt en het handhavingsbeleid tijdig was aangekondigd.
De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het gebruiksverbod bevestigd.