ECLI:NL:RVS:2006:AY9901
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Essellanden
Appellanten hebben bij de gemeenteraad van Westland verzoeken ingediend om vergoeding van planschade veroorzaakt door vrijstellingsbesluiten en het bestemmingsplan Essellanden. Deze verzoeken werden afgewezen door de raad, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een planologische verslechtering die planschade veroorzaakte. De Raad van State bekeek de planologische regimes, waarbij het advies van Overwater, een second opinion in opdracht van Bouwfonds, centraal stond. Dit advies concludeerde dat geen nadelige planologische wijziging had plaatsgevonden, mede door de toepassing van artikel 3 van Pro de overgangsbepalingen bij het oude bestemmingsplan.
Appellanten voerden aan dat Overwater niet onafhankelijk was en dat het overgangsrecht niet juist was toegepast. De Raad van State verwierp deze bezwaren. De Afdeling overwoog dat het overgangsrecht in dit geval wel betrokken moest worden bij de planvergelijking vanwege de omvangrijke uitbreidingsmogelijkheden die het bood. Verder werd het gelijkheidsbeginsel niet aanvaard als grond voor vergoeding, omdat dit betoog te laat was ingebracht.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en de gemeenteraad dat appellanten geen recht hebben op vergoeding van planschade. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellanten geen recht hebben op vergoeding van planschade.