ECLI:NL:RVS:2006:AZ0813
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning en vrijstelling met parkeerbijdrage voor gedeeltelijke vernieuwing bedrijfspand
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda verleende aan appellante een bouwvergunning en vrijstellingen voor het gedeeltelijk vernieuwen van een bedrijfspand aan de Nieuwe Haven 330-332 te Gouda. Appellante maakte bezwaar tegen de aan haar opgelegde parkeerbijdrage van €16.172,00, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
Appellante stelde dat het gebruik van het pand in overeenstemming was met het facetbestemmingsplan 'Prostitutie' en dat het college niet bevoegd was om een financiële bijdrage te eisen. De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan 'Binnenstad-West' nog steeds van toepassing is en dat het facetbestemmingsplan slechts een aanvulling vormt, waardoor het gebruik als seksinrichting in strijd is met het bestemmingsplan.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht een parkeereis heeft gesteld en de bijdrage heeft opgelegd conform de bouwverordening 1996. Er was geen sprake van willekeur of strijd met het beleid. Appellante had onvoldoende bewijs geleverd dat de bijdrage een onevenredige last vormde. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.