ECLI:NL:RVS:2006:AZ0824
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens bodemverontreiniging
Verzoeker kreeg op 25 augustus 2006 een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (Wbb). Dit betrof de aanwezigheid van circa 200 m3 verontreinigde grond op zijn perceel, gebaseerd op een rapport van UDM adviesbureau.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. Hij betwistte de verontreiniging van de grond en stelde dat gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn indien sprake is van een inrichting. Ook wees hij op een eigen onderzoek waaruit volgens hem bleek dat de grond niet verontreinigd is.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat nader onderzoek nodig is om de aard van de grond en de bevoegdheid vast te stellen. De voorlopige voorzieningenprocedure is niet geschikt voor dit onderzoek. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met doorloop bij een verzoek om voorlopige voorziening. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.