ECLI:NL:RVS:2006:AZ1279

Raad van State

Datum uitspraak
27 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200607177/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • M. Duursma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 19 lid 3 WROArt. 20 lid 1 aanhef en onder a Bro
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan

Het college van burgemeester en wethouders van Dronten verleende op 27 januari 2006 een bouwvergunning met vrijstelling van het bestemmingsplan voor het oprichten van een woning met kantoor op een perceel te Dronten. Na bezwaar werd de vergunning gehandhaafd, ondanks overschrijding van het bouwvlak. Verzoekers stelden beroep in bij de rechtbank Zwolle, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd bij de Raad van State hoger beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 19 oktober 2006. Het geschil betrof de vraag of de verleende vrijstelling en bouwvergunning terecht waren, ondanks strijd met het bestemmingsplan. De Voorzitter oordeelde dat het bouwplan binnen de wettelijke mogelijkheden voor vrijstelling paste en dat er geen reden was om aan te nemen dat de vergunning in de bodemprocedure zou worden vernietigd.

Daarom wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd op 27 oktober 2006 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan is afgewezen.

Uitspraak

200607177/2.
Datum uitspraak: 27 oktober 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in de zaken nos. AWB 06/1585 en 06/1586 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 31 augustus 2006 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Dronten.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dronten (hierna: het college) aan [partij] vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning met kantoor op het perceel [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 21 juni 2006 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar gegrond verklaard, doch de verleende bouwvergunning, onder verlening van vrijstelling alsnog voor ook de maatvoering van de woning en de overschrijding van het bouwvlak, gehandhaafd.
Bij uitspraak van 31 augustus 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle, voor zover thans van belang, het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 29 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 18 oktober 2006. Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 oktober 2006, waar verzoekers, bijgestaan door mr. H.E. Davelaar, advocaat te Zwolle, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Deuzeman, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar voornoemde [partij] in persoon verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bloemenzoom Swifterbant". Om toch bouwvergunning voor de realisering ervan te kunnen verlenen heeft het college krachtens artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), vrijstelling van dat plan verleend, als hiervoor vermeld.
2.2.    In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat ten slotte zal blijken dat geen vrijstelling en bouwvergunning ten behoeve van de realisering van het bouwplan mocht worden verleend. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat het bouwplan naar voorlopig oordeel binnen de in artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening 1985 geregelde mogelijkheden voor vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, van de WRO past.
2.3.    Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Duursma
Voorzitter     ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2006
378