ECLI:NL:RVS:2006:AZ1724
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- M. Duursma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering intrekking bouwvergunning garage te Zaanstad
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees het verzoek van appellant af om een bouwvergunning uit 1980 voor het oprichten van een garage op een perceel in Zaanstad in te trekken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Haarlem het beroep van appellant eveneens ongegrond.
De vergunning betreft een garage van circa 3 meter breed, 6,75 meter lang en 2,75 meter hoog, gelegen op gronden met de bestemmingen 'Erven' en 'Tuinen'. Het bestemmingsplan staat bebouwing toe, maar stelt beperkingen aan hoogte en aantal garages. Het college hanteert een stedenbouwkundig uitgangspunt dat erfbebouwing maximaal 2,70 meter hoog mag zijn of gelijk aan de eerste bouwlaag van de woning. De garage voldoet aan deze criteria en kreeg een positief stedenbouwkundig advies.
De Raad van State oordeelt dat het college bij de belangenafweging niet onredelijk heeft gehandeld door de intrekking van de vergunning te weigeren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering tot intrekking van de bouwvergunning voor de garage.