ECLI:NL:RVS:2006:AZ1733
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omzetting voorwaardelijke toevoeging in definitieve toevoeging
De Raad voor Rechtsbijstand weigerde op 14 juni 2004 de omzetting van een voorwaardelijke toevoeging in een definitieve toevoeging voor appellant sub 2, omdat de boedelscheiding nog niet was afgerond en de zaak daarmee niet definitief was beëindigd. Appellanten stelden bezwaar en beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant sub 1 dat zij als rechtshulpverlener een rechtstreeks financieel belang had bij het besluit en daarom belanghebbende was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van de rechtshulpverlener slechts indirect is en appellant sub 1 daarom niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank had het beroep van appellant sub 1 dan ook gegrond moeten verklaren en het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Appellant sub 2 voerde aan dat de definitieve toevoeging had moeten worden verleend omdat zij geen werkzaamheden meer van de rechtshulpverlener verlangde en de raad op de hoogte was van haar financiële situatie. De Afdeling oordeelde dat de zaak pas definitief is beëindigd na afronding van de boedelverdeling, zodat de financiële draagkracht kan worden vastgesteld. Omdat de boedelverdeling nog niet had plaatsgevonden, was de weigering van de omzetting terecht. Het hoger beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.