ECLI:NL:RVS:2006:AZ2241
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning wijziging inrichting zand- en grondwinning
Bij besluit van 8 augustus 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen aan een vergunninghoudster een vergunning voor het veranderen van een inrichting voor het winnen, scheiden, op- en overslaan, drogen en zeven van zand en grond op een locatie in Groningen. Dit besluit werd op 17 augustus 2006 ter inzage gelegd.
Verzoeker, wonende te een woonplaats, stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 30 oktober 2006, waarbij partijen verschenen.
De Voorzitter overwoog dat verzoeker geen zienswijzen tegen het ontwerpbesluit had ingediend, hetgeen hem redelijkerwijs verweten kon worden. De kennisgeving van het ontwerpbesluit was gepubliceerd in het Streekblad en het ontwerp lag zes weken ter inzage, conform de wettelijke eisen. Verweerder had volgens beleid alleen niet op naam gestelde kennisgevingen gestuurd aan gebruikers van gebouwde eigendommen, en het perceel van verzoeker werd niet als zodanig aangemerkt.
De omstandigheid dat verzoeker wegens vakantie geen kennis had genomen van de publicatie, werd niet als verschoonbaar beschouwd. Daarom werd voorshands aangenomen dat het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Gezien dit oordeel wees de Voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep in de bodemprocedure.