Uitspraak
200602189/2. De Afdeling ziet, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, geen aanleiding om tot een ander oordeel dan dat van de Voorzitter te komen.
Raad van State
Bij besluit van 17 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal een vergunning verleend aan een vergunninghouder voor het exploiteren van een varkens- en tuinbouwbedrijf aan een locatie in een plaats. Dit besluit is op 6 februari 2006 ter inzage gelegd. Appellanten hebben tegen dit besluit op 21 maart 2006 beroep ingesteld bij de Raad van State.
De zaak is behandeld door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en betoogd dat een niet-ontvankelijkheid wegens onduidelijke ondertekening van het beroepschrift buiten behandeling kan blijven. Appellanten zijn niet verschenen bij de zitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat het beroep ongegrond is en verwijst voor de motivering naar een eerdere uitspraak van de Voorzitter van 24 mei 2006. Gezien de stukken en het verhandelde ter zitting is geen aanleiding om van dat oordeel af te wijken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor het varkens- en tuinbouwbedrijf wordt ongegrond verklaard en afgewezen.