AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Kom Prinsenbeek
Bij besluit van 15 december 2005 stelde de gemeenteraad van Breda het bestemmingsplan "Kom Prinsenbeek" vast. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 25 juli 2006 goedkeuring aan dit plan. Verzoekers sub 1 en sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om voorlopige voorzieningen.
Verzoekers sub 1 betoogden dat de goedkeuring ten onrechte werd verleend aan de bestemming "Woondoeleinden uit te werken" voor de locatie Schutsestraat (Neel-Oost), omdat er geen verplichting was tot het reserveren van ruimte voor waterberging. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen een vermeende onnodige verzwaring van het recht van overpad.
Verzoeker sub 2 stelde dat de goedkeuring ten onrechte werd verleend aan de herziening van de bestemming van een bedrijventerrein van "Agrarisch-technisch hulpbedrijf" naar "Bedrijfsdoeleinden" waardoor zwaardere milieubelasting mogelijk werd, wat niet wenselijk is in een woonwijk. Ook werd bezwaar gemaakt tegen de wijziging van een groenstrook die de afscheiding van het bedrijventerrein vormde.
De Voorzitter oordeelde dat woningbouw op de locatie Schutsestraat pas mogelijk is na een bouwaanvraag en uitwerkingsplan, dat nog niet aanwezig is, waardoor verzoekers sub 1 geen spoedeisend belang hadden. Het verzoek van sub 1 werd daarom afgewezen. Ten aanzien van verzoeker sub 2 ontbrak een motivering waarom werd afgeweken van de indicatieve afstand van 30 meter tussen bedrijfsactiviteiten en woningen. Ook werd erkend dat de bestemming "Groenvoorzieningen" mogelijk het woon- en leefklimaat kan verslechteren. Daarom werd het besluit gedeeltelijk geschorst om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.
De Voorzitter gelastte tevens vergoeding van het griffierecht aan verzoeker sub 2. De uitspraak werd gedaan op 17 november 2006.
Uitkomst: Verzoek van verzoekers sub 1 afgewezen; verzoek van verzoeker sub 2 deels toegewezen door schorsing van het besluit voor bedrijfsdoeleinden en groenvoorzieningen.
Uitspraak
200606492/2.
Datum uitspraak: 17 november 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. [verzoekers sub 1], wonend te [woonplaats],
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 15 december 2005 heeft de gemeenteraad van Breda het bestemmingsplan "Kom Prinsenbeek" vastgesteld.
Bij besluit van 25 juli 2006, kenmerk 1154783/1206970, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van het plan.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers sub 1 bij brief van 11 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 12 september 2006, en verzoeker sub 2 bij brief van 14 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2006, beroep ingesteld.
Bij brief van 11 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 12 september 2006, hebben verzoekers sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 14 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2006, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 30 oktober 2006, waar verzoekers sub 1, in persoon en bijgestaan door mr. M.A.M. van Dooren, verzoeker sub 2, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van de Laar, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Breda, vertegenwoordigd door A.J.J. Neele, ambtenaar van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Verzoekers sub 1 stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de bestemming "Woondoeleinden uit te werken" voor de locatie Schutsestraat (Neel-Oost), aangezien voor deze locatie geen verplichting is opgenomen om ruimte te reserveren voor een waterberging. Tevens stellen verzoekers dat de ontsluiting van het perceel [locatie 1] leidt tot een onnodige verzwaring van het recht van overpad/erfdienstbaarheid met betrekking tot hun perceel.
Verzoekers verzoeken in zoverre schorsing van het bestreden besluit teneinde onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen.
2.3. Verzoeker sub 2 stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de herziening van de bestemming van het bedrijventerrein op de hoek Dennenweg/Heikantsestraat, kadastraal bekend E4937, 4936 en 4641 van "Agrarisch-technisch hulpbedrijf" ten behoeve van "Bedrijfsdoeleinden". Binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" zijn bedrijven toegestaan uit categorie 1 en 2 van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering", waardoor een zwaardere ruimtelijke belasting mogelijk is, welke niet wenselijk is in een woonwijk.
Tevens heeft verweerder ten onrechte goedkeuring verleend aan de wijziging van de bestemming van de rondom het bedrijventerrein gelegen groenstrook van "Bos en verspreide houtopstanden" in "Groenvoorzieningen", aangezien deze bestemming het mogelijk maakt dat de dicht op elkaar staande bomen van 10 meter hoog, die het bedrijventerrein thans afscheiden van de woonwijk, worden gekapt.
Verzoeker verzoekt in zoverre schorsing van het bestreden besluit teneinde onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen.
2.4. De Voorzitter stelt, ten aanzien van het verzoek van verzoekers sub 1 vast dat woningbouw op de locatie Schutsestraat (Neel-Oost) in beginsel pas mogelijk is nadat een bouwaanvraag is ingediend die in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan. Van een dergelijke situatie is geen sprake. Een concreet uitwerkingsplan moet nog worden opgesteld. Ter zitting heeft het college van burgemeester en wethouders overigens aangegeven dat in het ontwerp-uitwerkingsplan een waterberging met een passende capaciteit zal worden opgenomen richting de Heisprong.
Gelet hierop hebben verzoekers sub 1 thans geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.
2.5. Ten aanzien van het verzoek van verzoeker sub 2 overweegt de Voorzitter dat in het bestreden besluit een motivering ontbreekt waarom in het plan is afgeweken van de indicatieve afstand van 30 meter die in de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" wordt aangehouden tussen bedrijven in de categorieën 1 en 2 en de gevel van woningen. Een motivering op dit punt lag in de rede, nu de afstand van de gevel van de woning van verzoeker sub 2 tot aan de grens van het bedrijventerrein ongeveer 12,5 meter bedraagt.
2.6. Ten aanzien van de bestemming "Groenvoorzieningen" staat vast dat deze bestemming naast groenvoorzieningen onder meer ook speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, toelaat. De Voorzitter sluit niet op voorhand uit dat deze bestemming een verslechtering van het woon- en leefklimaat van de bewoners van de aangrenzende percelen meebrengt, indien de afschermende functie van de aanwezige bomen in de groenstrook verdwijnt om plaats te maken voor andere voorzieningen.
2.7. Teneinde onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen acht de Voorzitter termen aanwezig voor het treffen van de navolgende voorlopige voorziening.
2.8. Ten aanzien van verzoekers sub 1 bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. Ten aanzien van verzoeker sub 2 is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen niet gebleken.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek van verzoekers sub 1 af;
II. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 25 juli 2006, kenmerk 1154783/1206970, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" voor een strook van 30 meter, gemeten vanaf de gevel van de woning van verzoeker sub 2 aan de [locatie 2] te [plaats], alsmede het plandeel met de bestemming "Groenvoorzieningen", gelegen rondom het bedrijventerrein op de hoek Dennenweg/Heikantsestraat, één en ander zoals nader is aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart I;
III. wijst het verzoek van verzoeker sub 2 voor het overige af;
IV. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan verzoeker sub 2 het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 141,00 (zegge: honderdeenenveertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat.