ECLI:NL:RVS:2006:AZ2781
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning paardenstal wegens strijd met bestemmingsplan en onjuiste motivering college
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk verleende op 15 juni 2004 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een paardenstal op een perceel met een agrarische bestemming. Deze vergunning werd door een derde aangevochten en het college wees het bezwaar daarop af. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van deze derde gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college het bezwaar alsnog gegrond verklaarde en de vergunning weigerde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de stal als bijgebouw moest worden aangemerkt en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het gebruik bedrijfsmatig was en niet dienstbaar aan de woning. De Raad van State oordeelde echter dat het gebruik bedrijfsmatig is en dat de stal daarom niet als bijgebouw kan worden aangemerkt, waardoor de vrijstelling niet verleend had mogen worden.
Daarnaast stelde de Raad van State vast dat het college bij de weigering van de vrijstelling niet had onderzocht of vrijstelling op grond van andere bepalingen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening mogelijk was, waardoor het besluit niet deugdelijk gemotiveerd was. Het beroep tegen het besluit van 13 juni 2006 werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven in stand vanwege het geldende beleid.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.