Uitspraak
200403729/1, waarnaar het college heeft verwezen, heeft betrekking op een bouwwerk met een aanzienlijk geringere omvang. Gelet hierop is ondeugdelijk gemotiveerd waarom is geweigerd handhavingsmaatregelen te treffen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Aalburg weigerde handhavend op te treden tegen een erfafscheiding die zonder bouwvergunning was geplaatst op een perceel te Aalburg. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Breda werd afgewezen.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat het college bevoegd was tot handhaving, en dat in beginsel handhavend optreden moet plaatsvinden bij overtreding van een wettelijk voorschrift. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan van handhaving worden afgezien, bijvoorbeeld bij concreet uitzicht op legalisatie of bij disproportionele belangen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het belang van privacy van de buurman zwaarder woog dan handhaving, terwijl de omvang van de erfafscheiding niet gering was. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het handhavend optreden had geweigerd. Er was bovendien concreet uitzicht op legalisatie omdat het college aangaf bereid te zijn een vergunning te verlenen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard. Het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden tegen de erfafscheiding wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.