Uitspraak
200403595/1, (Gst. 2005, 7235, 136) heeft de Afdeling omtrent de in dit streekplan opgenomen afwijkingsbevoegdheid het volgende overwogen.
Raad van State
De gemeenteraad van Bergen op Zoom stelde op 29 september 2004 het bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand vast, dat onder meer de bouw van maximaal 1.600 woningen mogelijk maakt. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant keurde dit plan op 3 mei 2005 goed. Diverse appellanten, waaronder bewoners en milieuverenigingen, stelden beroep in tegen dit goedkeuringsbesluit.
De Raad van State oordeelde dat delen van het plan, met name het plandeel 'Stadsuitbreiding: wonen en natuur' in deelgebieden VI, VII en VIII, in strijd zijn met het streekplan 'Brabant in Balans' waarin uitbreiding van stedelijk ruimtebeslag in natuurparels is uitgesloten. De door verweerder aangevoerde bijzondere omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van deze beleidslijn. Tevens is onvoldoende onderzoek verricht naar de gevolgen van het plan voor de luchtkwaliteit, wat strijd oplevert met de zorgvuldigheidseisen.
Daarnaast werd het besluit vernietigd voor artikel 10, lid 3.3.C., van de planvoorschriften wegens onvoldoende motivering en voor artikel 23, eerste lid, aanhef en onder g, vanwege het onterecht buiten beschouwing laten van bezwaren van appellanten. Het beroep tegen het plandeel 'Verkeersdoeleinden' werd niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige werden de beroepen ongegrond verklaard.
De provincie Noord-Brabant werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Benegora en IVN e.a. en tot vergoeding van griffierechten aan alle appellanten. De uitspraak werd gedaan op 22 november 2006 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van delen van het bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand wordt vernietigd wegens strijd met het streekplan en onvoldoende onderzoek naar luchtkwaliteit.