ECLI:NL:RVS:2006:AZ2810
Raad van State
- Hoger beroep
- J.R. Schaafsma
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over redevance bij concessie steenzoutwinning
De minister van Economische Zaken verleende in 2002 een concessie aan Frisia Zout B.V. voor de winning van steenzout in Franekeradeel. Appellanten, verenigd in een actiegroep, stelden bezwaar tegen deze concessie en voerden onder meer aan dat zout niet onder de Mijnwet 1810 valt en dat de redevance onvoldoende vergoeding biedt.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het bezwaar deels gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. De minister wijzigde het besluit in 2005, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat steenzout wel onder de Mijnwet 1810 valt vanwege de wijze van winning en dat de minister bevoegd was de concessie te verlenen.
Echter is vastgesteld dat de minister decennialang heeft nagelaten de hoogte van de redevance te herzien, wat in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit leidt tot vernietiging van het besluit voor zover het de redevance betreft. Daarnaast is het beroep tegen het besluit van 20 december 2005 ongegrond verklaard. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en appellanten worden in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het besluit over de redevance bij de concessie steenzoutwinning wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.