ECLI:NL:RVS:2006:AZ3195
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing voor verbranden snoeihout in buitengebied
Bij besluit van 26 september 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Schijndel een ontheffing op grond van artikel 10.63, tweede lid, van de Wet milieubeheer voor het verbranden van snoeihout in het buitengebied van de gemeente Schijndel gedurende de periode van 18 tot en met 25 november 2006.
Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde de verzoeken op 15 november 2006, waarbij verweerder vertegenwoordigd was en verzoekers niet verschenen.
Verzoeker sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Verzoeker sub 1 voerde aan dat de verbranding leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit en dat er minder belastende alternatieven zijn. Verweerder stelde dat er geen overschrijding van grenswaarden is en dat de ontheffing een beperkte periode betreft.
De Voorzitter oordeelde dat het verbranden van snoeihout buiten een inrichting onder het verbod van artikel 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer valt, maar dat ontheffing kan worden verleend indien het milieu niet onevenredig wordt belast. Gelet op de voorschriften bij de ontheffing en het ontbreken van aanwijzingen voor overschrijding van luchtkwaliteitsnormen, was er geen reden de ontheffing te weigeren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het verzoek van een andere verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.