ECLI:NL:RVS:2006:AZ3201
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing registratie kiesrecht Tweede Kamer voor ingezetenen Aruba niet onrechtmatig
Appellanten, ingezetenen van Aruba met de Nederlandse nationaliteit, verzochten het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om registratie als kiezer voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006. Deze verzoeken werden afgewezen omdat zij niet gedurende tien jaren in Nederland hadden gewoond, een vereiste volgens artikel B1 van de Kieswet.
Appellanten stelden dat deze afwijzing in strijd was met internationale verdragen zoals het IVBPR en het EVRM, en dat het uitsluiten van hun kiesrecht een ongerechtvaardigde discriminatie vormde. De Raad van State oordeelde dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Kieswet voorzien in een regeling waarbij ingezetenen van Aruba kiesrecht hebben voor hun eigen Staten, en dat het niet toekennen van het kiesrecht voor de Tweede Kamer aan hen die minder dan tien jaar in Nederland zijn geweest, geen onredelijke beperking is.
De Raad benadrukte dat het Koninkrijk bestaat uit drie autonome landen met eigen parlementen en dat de wetgevende macht voor het Koninkrijk wordt uitgeoefend via een specifieke wetgevingsprocedure met inspraak van de landen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van ingezetenen van Aruba tegen afwijzing registratie als kiezer voor Tweede Kamerverkiezingen worden ongegrond verklaard.