ECLI:NL:RVS:2006:AZ3238
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en vrijstelling voor appartementencomplex en school in De Ronde Venen
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen verleende op 18 januari 2005 vrijstelling en een bouwvergunning voor het oprichten van 67 appartementen, een basisschool, een peuterspeelzaal en een parkeerkelder op een perceel in Vinkeveen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht toepassing had gegeven aan artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het verlenen van vrijstelling van het bestemmingsplan. De algemene en specifieke verklaringen van geen bezwaar van gedeputeerde staten waren rechtsgeldig en de ruimtelijke onderbouwing was voldoende. Tevens was de belangenafweging door het college zorgvuldig en waren de bezwaren van appellanten onvoldoende om het besluit te vernietigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De bouwvergunning en vrijstelling blijven daarmee van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van vrijstelling en bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.