Uitspraak
200306037/1, heeft de Afdeling in het kader van het beroep tegen het bestemmingplan "Looistraat", waarin destijds ook de percelen [locatie a] waren opgenomen, het volgende overwogen:
Raad van State
De gemeenteraad van Heumen stelde op 24 maart 2005 het bestemmingsplan Looistraat herziening 2004-1 vast, dat voorziet in de bouw van vier woningen op een perceel buiten het bestaand bebouwd gebied maar binnen een bebouwingscontour. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Gelderland, keurde het plan goed met uitzondering van het deel binnen 50 meter van een loods van een agrarisch bedrijf.
Appellanten voerden aan dat het plangebied in het bestemmingsplan Buitengebied 1997 had moeten worden opgenomen, dat een locatievisie ontbrak, dat de concessieovereenkomst onjuist was en dat het plan in strijd was met gemeentelijk en provinciaal beleid. Tevens werd betoogd dat de afstand tot het agrarisch bedrijf onvoldoende was volgens het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het plangebied terecht buiten het bestemmingsplan Buitengebied 1997 is gehouden en dat het plan een uitbreidingslocatie betreft waarvoor een locatievisie vereist is. Gezien de woningbouwstrategie, faseringsvisie en concessieovereenkomst was voldoende onderbouwing aanwezig. De afstand tot het agrarisch bedrijf werd als toereikend beoordeeld omdat het bedrijf beperkt agrarische activiteiten verricht en onder het overgangsrecht valt.
De Afdeling concludeerde dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit tot goedkeuring terecht is genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.