ECLI:NL:RVS:2006:AZ3741
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- W. van den Brink
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen handhavingsbesluit bouwwerken in Schijndel
Het college van burgemeester en wethouders van Schijndel legde appellanten op 21 juni 2005 een dwangsom op om bouwwerken af te breken, verhardingen te verwijderen en slootdemping ongedaan te maken op hun perceel achter de woning te Schijndel. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch vernietigde dit besluit op 22 september 2005 na een beroep van appellanten.
Appellanten stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting op 11 oktober 2006 werd het hoger beroep besproken, waarbij appellanten zich verzetten tegen de beoordeling van de voorzieningenrechter dat het besluit niet in strijd was met artikel 2:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State oordeelde echter dat appellanten geen belang meer hadden bij de beoordeling van het hoger beroep, omdat het bestreden besluit reeds was vernietigd en de rechtskracht van de uitspraak beperkt bleef tot het huidige geschil. De vrees van appellanten dat de overwegingen hen in toekomstige procedures konden worden tegengeworpen, werd ongegrond verklaard. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.