ECLI:NL:RVS:2006:AZ3745
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor 6 huurwooneenheden ondanks nabijheid bedrijfsperceel
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer verleende op 14 juni 2005 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van zes huurwooneenheden met buitenbergingen op het perceel Grotestraat 48a t/m 48f te Vierlingsbeek. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de bouw binnen 50 meter van haar schildersbedrijf zou leiden tot onaanvaardbare hinder en dat de vrijstelling onterecht was.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 23 oktober 2006 behandeld en oordeelde dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat vrijstelling vereist is. De Afdeling stelde vast dat de indicatieve afstand van 50 meter uit de VNG-brochure primair bedoeld is voor nieuwe situaties en dat in dit geval reeds bestaande woningen dichter bij het bedrijf liggen.
Verder concludeerde de Afdeling dat de aanwezigheid van bestaande woningen de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf al beperkt en dat de voorziene woningen geen ernstige hinder zullen ondervinden. De vrijstelling en bouwvergunning zijn daarom in redelijkheid verleend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.