ECLI:NL:RVS:2006:AZ3746
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor vervallen verbindingsgang tussen zomer- en hoofdwoning
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn weigerde op 4 november 2004 aan appellant vrijstelling en bouwvergunning voor het laten vervallen van de verbindingsgang tussen de zomerwoning en hoofdwoning op een perceel. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat zonder de verbindingsgang de zomerwoning en hoofdwoning nog steeds één wooneenheid vormen, maar de rechtbank oordeelde dat het vervallen van de verbindingsgang leidt tot twee zelfstandige woningen, wat in strijd is met het bestemmingsplan dat maximaal één agrarische bedrijfswoning per bedrijf toestaat.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van appellant af. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de situatie anders is dan gevallen waarin van oudsher twee gescheiden woningen op een perceel staan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.