ECLI:NL:RVS:2006:AZ4267
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E.M. Polak
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake kapvergunning bomen Kortvoort-zuidoostkwadrant voor twee appellanten
Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Amsterdam Zuidoost verleende op 7 februari 2006 een vergunning voor het kappen van 56 bomen bij het schoolterrein Kortvoort ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied "Kortvoort-zuidoostkwadrant". Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
Twee appellanten ([appellant B] en [appellant D]) werden door de Raad van State niet als belanghebbenden erkend omdat hun woningen op een afstand van 260 meter van de bomen liggen en zij geen directe invloed op hun leefomgeving konden aantonen. Het bezwaar van deze appellanten werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis vernietigd voor zover het hen betreft.
Voor de overige appellanten ([appellant A] en [appellant C]) werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad van State oordeelde dat het dagelijks bestuur bij de vergunningverlening terecht ook ruimtelijke ordeningsargumenten mocht betrekken en dat de motivering omtrent de waarde van de bomen en de belangenafweging voldoende was. Er was geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellanten. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige toetsing van belanghebbendheid en de terughoudende toetsing van beleidsvrijheid bij kapvergunningen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor twee appellanten wegens gebrek aan belanghebbendheid, hun bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, en voor de overige appellanten wordt het beroep ongegrond verklaard.