ECLI:NL:RVS:2006:AZ4287
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bouwvergunning tijdelijke opvang verslaafden
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 14 februari 2005 aan Wonen Limburg een bouwvergunning voor het verbouwen van een pand tot tijdelijke opvang voor verslaafden en dak- en thuislozen. Diverse omwonenden maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 26 april 2005 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan het college om een nieuw besluit te nemen. Vervolgens trok het college op 17 januari 2006 de oorspronkelijke vergunning in en weigerde de bouwvergunning, waarmee het bezwaar van appellanten werd gehonoreerd.
Appellanten stelden daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellanten geen belang meer hadden bij het hoger beroep, nu het bezwaar reeds geheel was ingewilligd. Ook de nieuwe vergunning die later aan Wonen Limburg werd verleend, maakte dit niet anders. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten tegen de bouwvergunning is niet-ontvankelijk verklaard.