ECLI:NL:RVS:2006:AZ4293
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- H.P.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling ecologische hoofdstructuur in Noord-Brabant onder de Wet ammoniak en veehouderij
Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant vastgesteld welke gebieden deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur (EHS) in de provincie, zoals vereist op grond van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Diverse appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld. De Raad van State heeft de beroepen inhoudelijk en procedureel beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat sommige appellanten niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt omdat hun percelen geen veehouderijdierenverblijven bevatten en zij daardoor geen beperkingen ondervinden van het besluit. Deze beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard. Andere beroepsgronden betroffen onder meer de ruimtelijke begrenzing van de EHS, de indicatieve aard van de kaarten, de vermeende onvoldoende rekening met individuele belangen en toekomstige wetswijzigingen. De Raad concludeerde dat het besluit in redelijkheid tot stand is gekomen en dat de kaarten slechts indicatief zijn, zodat deze gronden niet slaagden.
Daarnaast werd geoordeeld dat het besluit zelf geen planologische beperkingen oplegt, maar slechts de afbakening van kwetsbare gebieden vaststelt. Bezwaren over planologische gevolgen en schade dienen in andere procedures aan de orde te komen. Ook de aangevoerde toezeggingen van de minister konden niet leiden tot afwijking van de wet. De beroepen werden uiteindelijk niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van de ecologische hoofdstructuur zijn niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard.