Uitspraak
200200326/1heeft overwogen, is de feitelijke situatie beslissend voor de vraag of mag worden aangenomen dat de aangeschrevene het in zijn macht heeft aan de hem opgelegde last te voldoen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen had aan een wederpartij gelast twee paardenstallen op een perceel te verwijderen en geweigerd bouwvergunning te verlenen. De rechtbank Alkmaar vernietigde deze besluiten omdat het college ten onrechte had geoordeeld dat er geen sprake was van een agrarisch bedrijf en onterecht de last tot verwijdering had opgelegd.
De Raad van State oordeelt dat het college had moeten beoordelen of de agrarische activiteiten op het perceel overwegend waren, waarbij objectieve maatstaven zoals SBE en NGE gehanteerd kunnen worden. De Raad bevestigt dat de rechtbank terecht de besluiten heeft vernietigd, maar verbetert de motivering door te benadrukken dat de verhouding tussen agrarische en andere activiteiten bepalend is.
Verder stelt de Raad vast dat de wederpartij het in zijn macht had om de last tot verwijdering uit te voeren, ondanks dat de stallen niet in zijn eigendom waren. De eerdere motivering van het college over het ontbreken van zicht op legalisatie wordt als onvoldoende beoordeeld. De Raad verklaart de hoger beroepen gegrond en bevestigt de uitspraken van de rechtbank met verbeterde gronden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de besluiten met verbeterde motivering over agrarisch gebruik en bevoegdheid tot uitvoering van de last.