ECLI:NL:RVS:2006:AZ4319
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Ch.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit college Lisse over aanleggen boot in Greveling
Het college van burgemeester en wethouders van Lisse heeft appellant bij besluit van 29 november 2005 op straffe van bestuursdwang gelast het aanleggen van zijn boot in de Greveling binnen vier weken te staken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 28 februari 2006 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond op 24 mei 2006.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, waarbij hij dezelfde gronden aanvoerde als eerder, zonder nieuwe feiten of omstandigheden te stellen. De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was tot handhaving op grond van artikel 5:17 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening van Lisse en dat eerdere bezwaren van appellant reeds zonder voorbehoud waren verworpen.
De Raad van State concludeerde dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het eerdere oordeel te wijzigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.