ECLI:NL:RVS:2006:AZ4448
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering verblijfsvergunning wegens gevaar voor de openbare orde
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond had verklaard. Aan het oorspronkelijke besluit lag ten grondslag dat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormde omdat hij een transactie ter voorkoming van strafvervolging had aanvaard, zoals bedoeld in paragraaf C2/9.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De vreemdeling stelde dat het standpunt dat hij een gevaar voor de openbare orde vormde niet langer werd gehandhaafd, maar de Raad van State oordeelde dat deze mededeling niet automatisch betekent dat het eerdere besluit en de overwegingen waarop dat rust, kunnen worden herzien. Het beleid bij toepassing van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder k, van de Vreemdelingenwet 2000 maakt onderscheid tussen veroordelingen en transacties, waarbij ook een transactie als gevaar kan worden aangemerkt.
De Raad van State constateerde dat de uitspraak van de voorzieningenrechter in strijd was met artikel 8:72 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat het bestreden besluit niet vernietigd was. Daarom werd de uitspraak vernietigd en het hoger beroep van de minister ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.