ECLI:NL:RVS:2006:AZ4617
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring wegens onjuiste identiteitsgegevens
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld op 21 september 2006. De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 17 oktober 2006 de bewaring opgeheven en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, daarbij ook een schadevergoeding toegekend. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting van de vreemdeling, mede gelet op de onjuiste en onvolledige identiteitsgegevens die de vreemdeling verstrekte. Uit onderzoek bleek dat dezelfde onjuiste gegevens werden verstrekt als bij de eerdere bewaring. De minister wilde de vreemdeling opnieuw horen om de juiste gegevens te verkrijgen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen nieuwe omstandigheden bestonden die zicht op uitzetting uitsloten. De vreemdeling heeft immers een rechtsplicht tot volledige medewerking en het verstrekken van juiste gegevens. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.