Uitspraak
200505026/1, AB 2006/192. Daargelaten dat appellant ter zitting heeft aangegeven dat een andere dan de gekozen situering van het bouwplan op het perceel voor hem meer bezwaarlijk is, kan uit het welstandsadvies en het daaraan voorafgaande preadvies van 8 juni 2004 worden afgeleid dat de bij de welstandscommissie bestaande bezwaren tegen de maatvoering van het bouwplan niet worden weggenomen door een andere situering daarvan op het perceel. Nu de bezwaren van appellant gericht zijn tegen de maatvoering van het bouwplan in relatie tot de omliggende woningen en het college gelet op het bestemmingsplan daaraan terecht is voorbijgegaan en voorts geen andere strijdigheden met de welstandsnota aannemelijk zijn geworden, bestaat geen grond voor het oordeel dat het college niet het advies van de commissie bezwaarschriften heeft mogen volgen maar een tweede welstandsadvies van een andere deskundige persoon of instantie had moeten inwinnen alvorens te beslissen op bezwaar.