ECLI:NL:RVS:2006:AZ5484
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- E.E. van der Vlis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning uitbreiding woning
Het college van burgemeester en wethouders van Zederik weigerde op 30 januari 2004 een bouwvergunning voor de uitbreiding van een woning op een perceel te verlenen. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning bij besluit van 3 mei 2006. De voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht vernietigde dit besluit op 12 juni 2006.
Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten op 27 november 2006 om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 20 december 2006, waarbij partijen en belanghebbenden werden gehoord.
De Voorzitter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak, aangezien de mogelijke gezinsuitbreiding onvoldoende urgentie bood en het verzoek feitelijk gericht was op een spoedige uitspraak in de bodemprocedure, wat niet via een voorlopige voorziening kan worden verkregen. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.