ECLI:NL:RVS:2006:AZ5545
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake inbewaringstelling vreemdeling
Appellante werd op 22 september 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit, maar trok dit op 5 oktober 2006 in. De minister stelde vervolgens op 17 oktober 2006 de rechtbank van de inbewaringstelling op de hoogte. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellante klaagde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de minister na intrekking van het beroep de rechtbank niet hoefde te informeren over de inbewaringstelling. De Afdeling overwoog dat het stelsel van rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen beoogt dat deze altijd en binnen redelijke termijn door de rechter worden getoetst. De minister heeft terecht de rechtbank geïnformeerd, zodat rechterlijke toetsing mogelijk is.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.