ECLI:NL:RVS:2006:AZ5974
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Minister terecht in afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens foutief formulier
De minister wees de aanvraag van de vreemdeling om een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister de aanvraag had moeten behandelen als een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De vreemdeling had immers geen juiste aanvraag ingediend.
De Raad van State stelde vast dat het feit dat de vreemdeling een foutief aanvraagformulier had ondertekend en dat de minister wist dat de vreemdeling verblijf bij haar partner nastreefde, niet tot een andere beoordeling leidde. De bezwaren van de vreemdeling konden daarom niet tot een ander besluit leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.