ECLI:NL:RVS:2006:AZ5980
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning in verband met medische noodsituatie HIV-infectie
De minister wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af vanwege het ontbreken van een acute medische noodsituatie die het verblijf in het land van herkomst onmogelijk maakt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister, waarbij zij oordeelde dat het risico van het niet beschikbaar zijn van medicatie meegewogen moest worden.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Het BMA-advies van 26 oktober 2006 gaf aan dat bij het uitblijven van medicatie door HIV-infectie een medische noodsituatie op (middel)lange termijn te verwachten is, maar niet op korte termijn. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het risico van medicatietekort niet meegenomen kon worden en vernietigde het vonnis.
De vreemdeling had aangevoerd dat hij niet kon terugkeren vanwege het ontbreken van een reisdocument en de onmogelijkheid om bloedcontroles in het land van herkomst te laten uitvoeren. De Raad van State vond dat de vreemdeling dit niet voldoende had onderbouwd en dat de minister zich op het standpunt kon stellen dat het afwachten van de MVV-aanvraag in het land van herkomst mogelijk was.
De Raad van State verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het besluit van de minister bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bekrachtigd.