ECLI:NL:RVS:2006:AZ5985
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning na bezwaar en beroep
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Na bezwaar werd dit besluit gegrond verklaard en de aanvraag alsnog in behandeling genomen. Vervolgens wees de minister de aanvraag inhoudelijk af.
Appellant maakte hiertegen bezwaar en beroep, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. De Raad van State oordeelde dat de beslissing van 29 december 2004 als primair besluit moet worden aangemerkt en dat zij bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep.
De Raad van State stelde vast dat het hoger beroep geen nieuwe vragen van algemeen belang oplevert en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.