ECLI:NL:RVS:2006:AZ5987
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Minister niet gebonden aan voorlopige voorzieningenrechter bij besluiten verblijfsvergunning medische gronden
De minister heeft aanvragen van vier vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op medische gronden afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De Raad van State oordeelt dat de overwegingen van de voorzieningenrechter in een voorlopige voorziening een voorlopig karakter hebben en dat de minister daaraan niet gebonden is bij het nemen van definitieve besluiten. Tevens is geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van zeer bijzondere of schrijnende omstandigheden die een verblijfsvergunning rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling en beslissing, waarbij de rechtbank ook beslist over de proceskosten. De minister heeft volgens de Raad de medische situatie en de mogelijkheden tot behandeling en begeleiding in het land van herkomst adequaat beoordeeld.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling en beslissing.