ECLI:NL:RVS:2006:AZ5996
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens rechtmatig verblijf zonder visumplicht
Appellant, houder van een Bulgaars paspoort geldig tot 2010, werd op 26 oktober 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat Bulgaarse onderdanen voor een verblijf tot drie maanden zijn vrijgesteld van de visumplicht en dat appellant zich binnen drie dagen na binnenkomst bij de korpschef had gemeld, zoals voorgeschreven. Ten tijde van de inbewaringstelling was de vrije termijn van drie maanden nog niet verstreken, waardoor appellant rechtmatig verbleef.
De minister had bovendien de overige gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats en verdenking van een misdrijf, ingetrokken. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Staat tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de bewaring van appellant onrechtmatig was wegens rechtmatig verblijf zonder visumplicht.