ECLI:NL:RVS:2006:AZ8704
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beoordelingsmarge minister bij verblijfsvergunning asiel op grond van algehele situatie land van herkomst
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Raad van State het hoger beroep van de minister behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van de minister tot afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd had vernietigd. De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende inzichtelijk had gemaakt op welke gronden hij afzag van het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid voor Afghaanse asielzoekers, mede gelet op het beleid van andere EU-landen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de minister een ruime beoordelingsmarge toekomt bij de beoordeling van de algehele situatie in het land van herkomst, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechter dient deze beoordeling slechts te toetsen aan wettelijke voorschriften en redelijkheid, en mag geen eigen oordeel in de plaats stellen van dat van de minister.
Voorts wordt bevestigd dat artikel 3.106, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bepaalt dat het beleid van andere EU-landen een van de indicatoren is die in de beoordeling worden betrokken. De minister heeft in het ambtsbericht en een brief aan de Tweede Kamer toegelicht dat omliggende EU-landen geen categoriaal beschermingsbeleid voeren, hetgeen een redelijke grond is om dit beleid niet te voeren. De rechtbank heeft het toetsingskader miskend door nadere motiveringseisen te stellen die niet aansluiten bij dit kader.
Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.