ECLI:NL:RVS:2006:AZ9645
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongewenstverklaring en gebrek aan belang bij beroep
Appellant had bij besluit van 14 september 2005 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen en was tevens ongewenst verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ontvankelijk en ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant ten onrechte ontvankelijk werd verklaard omdat uit eerdere jurisprudentie volgt dat iemand die ongewenst is verklaard en deze status voortduurt, geen belang heeft bij het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning. Hierdoor slaagde de grief van appellant.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk, omdat niet was gebleken dat de ongewenstverklaring niet meer voortduurde.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang door voortgaande ongewenstverklaring.