ECLI:NL:RVS:2006:BA1822
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- E.J.J.M. van Tielraden
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunningen
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft bij afzonderlijke besluiten van 23 september 2004 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. De minister verklaarde de daarop ingestelde bezwaren op 16 januari 2006 ongegrond. De rechtbank ’s Gravenhage heeft op 17 augustus 2006 de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij de uitspraak van de rechtbank al zou moeten uitvoeren voordat het hoger beroep is beslist. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek behandeld.
De Voorzitter oordeelde dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank zal leiden. Gezien het spoedeisende karakter en het ontbreken van bijzondere belangen die onmiddellijke uitvoering van de uitspraak vereisen, werd de voorlopige voorziening getroffen. Hierdoor hoeft de minister geen nieuwe besluiten te nemen op de bezwaarschriften totdat het hoger beroep is afgerond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 9 oktober 2006 door de Voorzitter, in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuwe besluiten te nemen over de bezwaarschriften totdat het hoger beroep is beslist.