ECLI:NL:RVS:2006:BA1827
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellante heeft bij besluit van 13 september 2006 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, die het beroep op 25 oktober 2006 ongegrond verklaarde.
Appellante ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State. Na ontvangst van het hoger-beroepschrift en een reactie van de minister werd het onderzoek gesloten. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden in het hoger beroep niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 november 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.