Uitspraak
200205456/1, dat het uitspreken van een proceskostenveroordeling geen verplichting is, maar een bevoegdheid.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Ambt Montfort weigerde op 9 november 2004 appellant vrijstelling en een bouwvergunning voor het veranderen van een dienstwoning op een perceel gelegen op Landgoed Aerwinkel. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 29 juni 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door het besluit te vernietigen voor zover het de legesheffing betrof.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 29 november 2006 behandeld. De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het noodzakelijk was de dienstwoning als zodanig te bewonen voor de uitvoering van de overeenkomst met de projectontwikkelaar. Dit mede omdat de projectontwikkelaar slechts eigenaar was van veertien percelen en er een beheerder was aangesteld door de vereniging van eigenaren.
Verder werd overwogen dat de vergoeding voor het beheer van de percelen zeer gering was en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn werkzaamheden in de koopprijs waren verdisconteerd. De Afdeling concludeerde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen omdat het bestreden besluit in essentie in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het geweigerde bouwplan in strijd met het bestemmingsplan wordt geacht.