ECLI:NL:RVS:2007:AZ5849
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning voor ondergrondse afvalcontainers
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel ZuiderAmstel verleende op 9 september 2002 een vergunning voor het plaatsen van 177 ondergrondse afvalcontainers, afwijkend van een eerdere vergunning uit 1999. Appellant diende zijn bezwaarschrift pas op 6 februari 2004 in, ruim na de wettelijk gestelde termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat hij uit de publicatie van de vergunning mocht afleiden dat aan de Amstelveenseweg geen afvalcontainers zouden worden geplaatst, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. De Raad van State oordeelde dat appellant zich had kunnen informeren over de exacte locatie van de containers via de bouwvergunning en bijbehorende tekeningen die ter inzage lagen. Hierdoor was sprake van verzuim en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank Amsterdam had dit oordeel bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wordt bevestigd.