ECLI:NL:RVS:2007:AZ6371
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen wijziging geslachtsnaam minderjarige in naam moeder
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar van appellant tegen de wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige zoon in de naam van de moeder ongegrond verklaarde. De Minister van Justitie had eerder besloten het verzoek van de moeder tot naamswijziging in te willigen, waarbij appellant bezwaar maakte.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het Besluit geslachtsnaamswijziging, met name artikel 3, vierde lid, onder d, waarin wordt bepaald dat een verzoek tot naamswijziging wordt afgewezen indien een ouder weigert in te stemmen, tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De Minister baseerde zijn besluit mede op gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) waaruit bleek dat appellant niet samenwoonde met de moeder en het kind.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk in gezinsverband met de moeder en het kind had samengewoond en leverde bewijsstukken zoals een proces-verbaal en verklaringen van buurtbewoners. De Raad van State oordeelde echter dat deze stukken te laat waren ingebracht en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij deze niet eerder had kunnen overleggen. De Raad bevestigde dat de Minister terecht de GBA-informatie als bewijs heeft gehanteerd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.