Uitspraak
200307146/1heeft de Afdeling deze uitspraak bevestigd.
200204245/1volgt uit artikel 19, derde lid, van de WRO in samenhang met artikel 20 van Pro het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (hierna: het Bro 1985) niet dat de toepassing is beperkt tot zogenoemde kruimelgevallen. In artikel 20, eerste lid, aanhef, onder a en onder 1, wordt immers als enige voorwaarde voor de toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO in geval van een uitbreiding van of een bijgebouw bij een woongebouw in de bebouwde kom gesteld dat het aantal woningen gelijk blijft. Aan die voorwaarde wordt voldaan. De rechtbank heeft daarom met juistheid overwogen dat zij dient te beoordelen of het college in redelijkheid van de in artikel 19, derde lid, van de WRO opgenomen vrijstellingsbevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.