ECLI:NL:RVS:2007:AZ6426
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W. Konijnenbelt
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning voor windturbines wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 3 februari 2005 een bouwvergunning voor het oprichten van twee windturbines, ondanks strijd met het bestemmingsplan. Deze vergunning was gebaseerd op een vrijstelling krachtens artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunningen, waarna de rechtbank Breda op 4 april 2006 de besluiten van het college vernietigde wegens het ontbreken van een goede ruimtelijke onderbouwing. Het hoger beroep richtte zich niet tegen dit oordeel, maar tegen andere overwegingen in het vonnis.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het positieve advies van de commissie Welstand en Monumenten als voldoende motivering gebruikte en dat er geen gegronde twijfel bestond over het voldoen aan geluidnormen. Ook werd geoordeeld dat gewijzigde omstandigheden het eerdere standpunt over het aantal turbines ontkrachten en dat planschade via een aparte procedure wordt geregeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.