Uitspraak
200505724/1. In de considerans van het besluit van 19 april 2005 is verweerder ingegaan op de door appellante tegen het ontwerpbesluit ingebrachte bedenkingen. Naar het oordeel van de Afdeling moet, mede gelet op het verhandelde ter zitting, worden aangenomen dat verweerder de bedenkingen van appellante ook bij de huidige beslissing heeft betrokken, doch dat hij geen aanleiding heeft gezien om ten aanzien van die bedenkingen anders te oordelen dan ten tijde van het besluit van 19 april 2005. Dat dit niet uitdrukkelijk in de considerans van het bestreden besluit is aangegeven, leidt, anders dan appellante meent, niet tot het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht of artikel 8.8, eerste lid, aanhef en onder d (oud), van de Wet milieubeheer. Voor zover verweerder, door in de considerans van het bestreden besluit niet in te gaan op de bedenkingen van appellante, in strijd met artikel 3:27 (oud) van de Algemene wet bestuursrecht heeft gehandeld, overweegt de Afdeling dat niet is gebleken dat appellante hierdoor is benadeeld. Gelet hierop, ziet de Afdeling aanleiding dit eventuele gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te passeren. Dit onderdeel van het beroep leidt derhalve niet tot vernietiging van het bestreden besluit.