ECLI:NL:RVS:2007:AZ7413
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Weert tot proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening
Verzoekster heeft bij de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom die door verweerder was opgelegd. Dit verzoek werd ingediend op 27 december 2006 en behandeld op 16 januari 2007. Tijdens de zitting trok verzoekster haar verzoek in, nadat verweerder had verklaard niet tot invordering van de dwangsom over te gaan zolang bezwaar tegen het besluit van 28 november 2006 in behandeling was.
De Voorzitter overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht sprake is van gedeeltelijke tegemoetkoming indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het primaire besluit voorlopig opschort of een andere voorlopige maatregel treft die het doel van de voorlopige voorziening benadert. Dit was hier het geval, zodat het verzoek om proceskostenvergoeding toewijsbaar was.
De Voorzitter veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Weert tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, inclusief een bedrag voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd het betaalde griffierecht terugbetaald. De uitspraak werd gedaan op 24 januari 2007.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Weert is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster na gedeeltelijke tegemoetkoming en intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.