Uitspraak
200507226/1vereist toepassing van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb geen daartoe strekkend verzoek.
Raad van State
Appellant sub 1, het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen, verleende op 18 april 2005 een bouwvergunning aan appellant sub 2 voor het verbouwen van een woning op een perceel te Vlissingen. Appellanten sub 3 en sub 4 maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellanten sub 3 en sub 4 gegrond, vernietigde de beslissing op bezwaar en schorste de bouwvergunning.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door alle betrokken partijen. De Raad van State overwoog dat het bouwplan deels was voorzien op gronden met de bestemming "Erf" volgens het bestemmingsplan "Boulevard". De Raad concludeerde dat het bouwplan in strijd was met artikel 14 van Pro de planvoorschriften omdat het gebruik van het gedeelte aangeduid als "tuinkamer" niet als erf kan worden aangemerkt.
Verder oordeelde de Raad dat het college niet verplicht was om bij de aanvraag alle constructieve gegevens, zoals een funderingsplan, direct te ontvangen, aangezien deze volgens het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab) ook later kunnen worden ingediend. De deskundigenrapporten voldeden aan de eisen van het Bouwbesluit 2003.
De Raad verwierp ook het bezwaar dat het bouwplan in strijd zou zijn met de hoogtebepalingen van het bestemmingsplan, aangezien de hoogte binnen de maximaal toegestane grenzen bleef. Tenslotte werd het betoog dat het bouwplan niet aan redelijke eisen van welstand voldoet verworpen, mede omdat de welstandscommissie positief had geadviseerd.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen van appellanten sub 3 en sub 4 ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Middelburg, waarmee de bouwvergunning werd vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de bouwvergunning en verklaart de hoger beroepen ongegrond.